Home » Thema’s » Kleding, dat wil ik aan

Kleding, dat wil ik aan

Uw kind leert de namen van de kledingstukken. Wat kan uw kind al zelf en waar heeft het nog hulp nodig. We doen spelletjes en we gaan poppen en knuffels aan- en uitkleden. Uw kind past kleding die te groot of te klein is en leert de kast opruimen. We gaan praten bij een praatplaat over de kinderkleding afdeling.
Wat kunt u thuis doen?

U kunt met uw kind de kleding uitzoeken die uw kind aan wil. U kunt de namen van de kledingstukken benoemen en uw kind leren zichzelf aan te kleden.
Ga samen eens naar een kinderkledingafdeling en kijk eens rond. Zo kunt u uw kind veel leren.
Woorden en begrippen:

De jas, de broek, de kleren, de sok, de trui, de sjaal, lopen, de laarzen, opruimen, ophangen, te klein, te groot, even groot, kleinst, lang, het vest, de winkel, betalen, uittrekken, aankleden, open en dicht.
Zie ook bijlage doelen, woorden en begrippen.

Voorlezen:

We lezen o.a. voor uit: “Aankleden met Fien en Milo” en uit “De Rommelige Reus”. Daarnaast kijken we op het digibord Het Zandkasteel en De kamer van Ko.

Versje:

Dit is een hemd, om je buik op te warmen
Dat zijn de armsgaten voor allebei de armen

Dit is een onderbroek, die hangt aan de lijn
Zou hij voor een jongen of een meisje zijn?

Dit is een T-shirt, die heb jij vast wel meer
Telkens als het vies is, wast mama het weer

Dit is een jurk met mouwen eraan
Wat vind je ervan, zou die jou mooi staan?

Dit is een broek en hier gaan je benen door
Er zitten twee zakken in en een rits middenvoor

Dit zijn sokken, waar zouden die moeten?
Dat weet je vast wel, die doe je aan je voeten

Dit zijn schoenen, een voor iedere voet
Met klittenband maak je ze vast, dat kun jij zeker goed

Dit is een jas om buiten mee te lopen
Zo doe je hem dicht en zo doe je hem open

Wat kunt u met uw kind samendoen:

Benoem de volgorde van kledingstukken bij het aan- en uitkleden.
Ook kunnen de peuters helpen bij het opruimen en opvouwen van hun kleding.